Hoe zorg je dat je er als stad klaar voor bent, wanneer het weer extreem heet wordt?

Creative x Energy

Onlangs vond in de Nieuwe Coehoorn de ontwerpsessie ‘Hoe houden we Arnhem koel?’ plaats. Gemeente, topontwerpers en stakeholders (architecten, onderzoekers, experts uit de energie-, woningbouw- en sociale sector en de klimaathoek) onderzochten samen hoe er anders, innovatiever naar oplossingen tegen hittestress kan worden gekeken. Dat leverde -hele- interessante, nieuwe inzichten op. ‘Pas als je álles geordend in kaart hebt, en daar zijn ontwerpers heel goed in, kun je zien waar de gaten en de kansen liggen.’

Afbeelding van het programma

Om het belang ervan – voor zover dat nog nodig was – te benadrukken, werd de bijeenkomst ingeleid door Jara Lomme, Adviseur Milieu & Gezondheid bij GGD Gelderland-Midden, die de toehoorders er fijntjes aan herinnerde dat er ‘tijdens de extreme hittegolf afgelopen zomer volgens het RIVM in de regio 911 (!) extra mensen waren overleden, omdat hun lichamen de warmte niet meer konden afvoeren’.

Vervolgens was het de beurt aan ontwerper en textielinnovator Pauline van Dongen van het Umbra Paviljoen, een installatie met lichtgewicht solartextiel die schaduw biedt en tegelijk zonne-energie opwekt en afgelopen zomer op het Audrey Hepburnplein in Arnhem stond: ‘In de wetenschap dat deze zomer in principe de koudste zomer van de rest van ons leven was, scheelde de bescherming op hete dagen 13 graden. Er bestaan dus creatieve manieren om hittestress serieus tegen te gaan.’

Een messy proces

De bijeenkomst ‘Hoe houden we Arnhem koel?’ werd georganiseerd door Annelou van Griensven van studio De Vormforensen, in opdracht van Creatief Arnhem en de gemeente Arnhem – volgens de ontwerpende aanpak.

Oftewel: hoe kunnen we anders naar een probleem kijken, wie zijn er allemaal bij betrokken, wat is er al en hoe kunnen we dat verbeteren, wat is er vooral nog niet en hoe kunnen we dat opnieuw ontwerpen en maken, en hoe past dit allemaal in het grotere geheel?

Simpel gezegd is de kracht van ontwerp dat het complexe vraagstukken helder in kaart brengt, nieuwe verbindingen kegt en zo innovatie versnelt door nieuwe kansen te creëren.

Van Griensven: ‘Met ontwerpkracht kun je innovatie versnellen. Maar alleen samen met álle betrokkenen. Aan de basis van de ontwerpende aanpak staat dan ook dat iedereen een stem heeft, dus ook de inwoners. Arnhem is een ontwerpstad, maar het is best vooruitstrevend dat de stad dit doet.

Tegelijk volgt het proces van de ontwerpende aanpak geen rechte lijn. Het gaat eerst alle kanten op, iedereen heeft zijn/haar/hun eigen perspectief, het is messy. Dat brengt onzekerheid met zich mee en dat vinden mensen soms lastig. Maar pas als je alles geordend in kaart hebt, en daar zijn ontwerpers heel goed in, kun je zien waar de gaten en de kansen liggen. En daarop acteren.’

Het vooronderzoek

Directe inspiratiebron voor de middag vormde het Smeltloket dat de Vormforensen eerder, in augustus, organiseerden. Van Griensven: ‘De stem van bewoners is zoals gezegd onmisbaar. Gemeenschappen en individuele ervaringen brengen perspectieven, zorgen, ideeën en kansen aan het licht die je vanuit een beleidskamer niet altijd ziet. Samen met ontwerper Jelle Reith bedachten we daarom het Smeltloket: een schaafijskar waarmee we op hete dagen de stad in trokken. In ruil voor een schaafijsje gingen we met Arnhemmers in gesprek over hitte.

Die gesprekken waren ontzettend waardevol als vooronderzoek. Mensen vertelden over zorgen om hun buren, het gebrek aan groen en koele publieke plekken, moeite met concentratie tijdens hete dagen en ideeën voor bijvoorbeeld zichtbaardere waterpunten en aangepaste roosters op scholen. In samenwerking met interaction designer Ibo Ibelings hebben we deze input online online gearchiveerd en in kaart gebracht: https://hittestress.devormforensen.nl.’

1. DE SESSIES

Na het plenaire deel werden de aanwezigen (circa n=60) opgedeeld in vier groepen die telkens onder leiding stonden van een ontwerper en iemand van de gemeente, met als thema’s: Koelte voor publieke toegankelijke binnenruimten, Hittebestendige buitenruimte (openbaar en privaat), Hittebestendige woningen en gebouwen, en Gezond blijven bij hitte.

Wat leverde dat op?

Maak een plattegrond met koelteplekken

Rosalie Apituley, critical designer en genomineerd voor de Dutch Design Emerging Talent Award 2026, en Mark Kemperman, Strateeg Gezonde Leefomgeving Gemeente Arnhem, leidden de groep ‘Koelte voor publieke toegankelijke binnenruimten’:

‘Er ontstond al snel veel discussie rond dit onderwerp. Over de airco bijvoorbeeld: vormt die een slechte invloed op klimaatverandering en warmt die de straten juist niet meer op? Of hebben we hem nu gewoon nodig? En ook: bereiken we wel de juiste (lees: zwakkere) doelgroepen over koelteplekken?

Ook een mooi inzicht: mensen vinden koelteplekken vaak fijn als ze er anoniem kunnen zijn, zoals de bibliotheek. Het is dus raadzaam om te kijken naar routines en activiteiten. En dan ook de juiste activiteiten: een sportschool is in eerste instantie een minder populaire koelteplek, omdat dat niet wordt geassocieerd met verkoeling (terwijl je er wel lichaamswarmte kan afvoeren).

Tijdens de sessie hebben we inzichten verwoord op ‘protestborden’. Enkele voorbeelden: de begeleiding van bewoners naar de koelteplek toe, met een gekoelde pendelbus; een matching app waarop je een gekoelde ruimte kan aanbieden; de sociale voordelen van koelteplekken als ontmoetingsplek, zoals een buurthuis.

En daarnaast hebben we de juiste ontwerpvragen proberen te herformuleren. Hoe komen koelteplekken bij bewoners onder de aandacht? Valt er een kaart met koelteplekken op de mat bij kwetsbare bewoners, of samen met de uitnodiging voor een griepprik? En vanuit wie wordt dit georganiseerd? Welke partners levert het wat op? En moet dat?

Een hele logische, concrete stap wat ons betreft is om actief meer partners voor koelteplekken te werven en hier een echt plattegrond van te maken. Heel praktisch: met openingstijden en welke eventuele (culturele) activiteiten er zijn.

Het is wel belangrijk dat de gemeente niet de enige eigenaar is van het probleem, maar dat we dit als stad dragen. De gemeente kan helpen bij een goede uitvraag, een rol spelen in het samenbrengen van vraag en aanbod en helpen met het maken van de kaart en de communicatie ervan.

Maar we hebben zoveel mogelijk input van anderen nodig. De GGD kan bijvoorbeeld onderzoek doen naar de behoeften van de Arnhemmer. Kunnen we dit combineren met warmteplekken in het kader van energiearmoede? Welke mogelijkheden bieden ondernemers, winkels, een mall. En ga zo maar door. We moeten kansen niet onbenut laten.

De ontwerpende aanpak kan wat dat betreft heel mooi vaart zetten achter een proces en snel tastbaar resultaat opleveren. Dat geeft op zichzelf al veel energie! En het is vooral interessant voor vraagstukken die samen opgepakt moeten worden. Waarbij de overheid wel een krachtige katalysator kan zijn, maar nogmaals: zonder er alleen voor te komen te staan. Daarvoor is dit probleem te groot; het is voor iedereen te groot.’

‘Zonder visie kom je nooit echt ver’

Mendel Broekhuijsen, ontwerper en medeoprichter ontwerpbureau Ecoforma (en strategisch adviseur Creatief Arnhem), en Hans van Ammers, Strategisch Adviseur Energietransitie en Klimaatadaptatie bij de Gemeente Arnhem, leidden de groep ‘Hittebestendige buitenruimte (openbaar en privaat)’:

‘Bij hittestress verminderen in de buitenruimte dacht bijna iedereen in eerste instantie aan groenvoorzieningen, parken, bomen, et cetera. Niemand had het over technologieën, systemen of ontwerpen die misschien ook kunnen bijdragen aan verkoeling. Denk bijvoorbeeld aan absorberende of waterdoorlatende tegels, andere opslag van energie, tochtsluizen voor extra lucht, en ga zo door. Terwijl dat wel nodig is, want met ontstening alleen redden we het niet; het duurt veel te lang voordat alles vol(ge)groeid is.

Een ander inzicht was – toen het denken eenmaal op gang was gekomen – dat er al veel beproefde voorbeelden bestaan zoals: gevelbeplanting, bomen met grotere kruinen, sowieso meer parken, overkappingen zoals in Zuid-Europese straten, doeken om de zon tegen te houden bij terrassen, maar dat die vaak gewoonweg nog niet worden ingezet. Als we dat wel zouden doen, kunnen we volgens deze groep snel verder komen. Er werden daarnaast voorbeelden gegeven van andere steden die jaren geleden al lef toonden met meer groen en minder verkeer (met Parijs als lichtend voorbeeld).

Maar: lef is zeker belangrijk, een echte visie ‘met ballen’ nóg belangrijker, vond de groep. ‘Zonder visie kom je nooit echt ver’, zei iemand. En een ander: ‘We moeten ook niet te zuinig zijn in de ambities; de nood is hoog.’ Er werd daarbij benadrukt dat samenwerking cruciaal is, tussen gemeenten, alle relevante organisaties, ondernemers én de bewoners – dat iedereen aan boord krijgen een must is. Dat is misschien geen nieuw inzicht, maar kwam wel duidelijk naar voren in dit gesprek.

Deelnemers hadden het er ook nog over, dat een serieuze budgetverschuiving nodig is voor veel van de plannen: een groenstrook is al duurder in aanschaf en onderhoud dan tegels, om maar een simpel voorbeeld te noemen

De ‘opgave’ hittestress zou (via wetenschappelijk bewijs) verder nog gekoppeld moeten worden aan andere maatschappelijke uitdagingen, zoals armoede, eenzaamheid, gezondheid, de energietransitie. Als het te heet is buiten en mensen blijven binnen met de gordijnen dicht, omdat ze nergens anders heen kunnen, gaat er iets niet goed. Dus als we de stad zien als een ‘systeem’, is hitte (of kou in de winter) een van de facetten met grote invloed op het functioneren ervan in haar geheel, en moeten we kijken of we hittestress bijvoorbeeld ook kunnen verminderen door mensen aan te moedigen gezonder te leven of te steunen in geval van armoede en eenzaamheid, wat ook weer tot andere sociaal-maatschappelijke en -economische voordelen kan leiden.

Over de ontwerpende aanpak: het is een hele mooie, enthousiaste manier om met verschillende mensen naar een opgave te kijken en zette deze groep in de actieve stand, hielp ze om voorbeelden tastbaar te maken en om in korte tijd de diepte in te gaan waar het gesprek anders nogal algemeen blijft.

Het leverde nog niet direct kant-en-klare, briljante ideeën op tegen hittestress, maar dat hadden we ook niet verwacht, want wij zagen deze sessie vooral als startpunt voor verdere samenwerking tussen de deelnemers. We hebben met elkaar gesleuteld aan wat het kader eigenlijk is (begin met laaghangend fruit, ontwikkel een visie met een duidelijke stip op de horizon en zie de stad als systeem met onderdelen die elkaar kunnen versterken), en in welke richtingen er concreet naar oplossingen moet worden gezocht. Het zou absoluut zonde zijn om dit niet op te volgen!’

Kun je die hitte niet opvangen als bron van energie?

Ronald Bos, Bestuursadviseur Water en Klimaatadaptatie bij de Gemeente Arnhem, en ontwerper/kunstenaar Gijs Schalkx, op hun beurt, leidden de groep ‘Hittebestendige woningen en gebouwen’:

‘De hoofdvraag luidde: het is onmogelijk om al het vastgoed op korte termijn te verduurzamen of vol te bouwen met airco’s, hoe kun je sterke opwarming binnen woningen wel tegengaan?

Dat mocht binnen en buiten zijn. Daarvoor waren meerdere plattegronden beschikbaar zoals voor een vrijstaande villa, een doorzonappartement en een ensemble van (sociale) hoogbouw.

We waren aangenaam verrast hoe enthousiast iedereen aan de slag ging. Er zijn leuke maquettes gebouwd met toch wel een aantal serieuze ideeën die uitgevoerd zouden kunnen worden. Van snelle interventies als groen aan de gevel, meer water aanleggen en bomen aanplanten, tot meer ventilatoren en luiken voor de ramen.

Maar ook een ‘traliedeur’ zodat je de voordeur te allen tijde open kunt zetten om te ventileren, een beweegbaar parkje met een enorme schaduwrijke, groene pergola-achtige constructie tot en het meest futuristische idee van een uitschuifbaar overstek die de directe instraling van de zon tegengaat. Ook werd de vraag geopperd: kun je die hitte tegelijk niet opvangen en omzetten in groene energie?

Er is, kortom, dus best wat mogelijk buiten wat we denken dat kan, maar de regels zijn er nog niet voor gemaakt. Je mag niet zomaar een huis bouwen met een dak dat kan kantelen. Er is dus actie nodig van gemeente, projectontwikkelaars en huiseigenaren én ruimte nodig voor experiment en nieuwe manieren van ontwerpen en bouwen. Waarbij we niet mogen verwachten dat deze nieuwe investeringen direct winst opleveren.

Deze ontwerpende aanpak is in veel gevallen vruchtbaar, want verbeelding leeft en levert vaak deelbare ideeën en inzichten op; het is inspirerend! Maar we moeten ook realistisch zijn: deze aanpak kan ook ontwijkend werken door niet recht naar een oplossing te gaan, maar eerst onnodig veel zijwegen te verkennen. En we weten allemaal dat de overheid vaak niet snel kan handelen. En we weten ook allemaal dat we niet veel tijd meer hebben… Dus misschien maar gewoon proberen?’

‘Hoe bereik je ouderen die niet in de buurtappgroep zitten?’

Simone Heinen, sociaal antropoloog en ontwerpend onderzoeker social design bureau Afdeling Buitengewone Zaken, en Kim van Rooy, Senior Bestuursadviseur Gemeente Arnhem, tenslotte, leidden de groep ‘Gezond blijven bij hitte’:

‘Onze sessie was opgebouwd vanuit vier vragen:

1. Wat maakt iemand kwetsbaar voor hitte? Over (fysieke en mentale) omstandigheden en welke gevolgen die kunnen hebben, zoals hoe hitte mensen ook isoleert.

2. Wat doen organisaties nu al? Hoe ziet hun hitteplan eruit?
3. Wat zouden zij willen in de toekomst/wat hebben zij nodig??
4. En hoe kunnen we samenwerken? Hoe ziet een netwerk rond hitte en gezondheid er idealiter uit?

Het ging in de groep eerst veel over een holistische kijk op zowel fysieke als mentale en sociale gezondheiden het kostte daarom meer tijd om tot een ontwerp te komen. Het sociale aspect, de kracht van de gemeenschap en de kansen die daar liggen in tijden van hitte kwamen bijvoorbeeld vaak naar boven.

Uiteindelijk lukte het alle subgroepen om een concreet voorstel te doen:

1. Een hittebestendige buurt, met schaduwdoeken en veel groen (om fijn buiten te kunnen zijn), en een community-bouwer die mensen direct kan ondersteunen en aan elkaar kan koppelen;

2. Een groter netwerk van mensen die elkaar voor allerlei doeleinden kunnen helpen in tijden van hitte;

3. En een campagne gericht op elkaar ondersteunen: Ben jij Cool? En je buur ook?

Ook lag de nadruk in de communicatie meer op de wijk en bijvoorbeeld ouderen die niet in de appgroep van de straat zitten, dan op doelgroepen (jongeren, ouderen) in het algemeen. Darnaast werd er gekeken naar voorziening in de buurt, zoals wachten op een bushalte zonder schaduw of bussen die geen airco hebben; ook dat vermindert de bewegingsvrijheid en vergroot eenzaamheid bij hittestress.

Het uitdagende van de ontwerpende aanpak is dat deelnemers al (moeten) starten met creëren, voordat ze precies weten wat het uiteindelijk gaat worden; daar hebben mensen moeite mee, terwijl het tegelijkertijd wel leidt tot andere gesprekken en anders denken. En dat heeft een onderwerp als ‘hitte’ nodig. Hittestress beweegt zich op diverse terreinen (van gezondheid, in gebouwen, buitenruimten). Dat vraagt om een integrale blik en aanpak, het is niet een afgebakend onderwerp.

De aanpak kán dus heel goed ingezet worden om een vastgelopen traject te doorbreken door toch iets uit te proberen, ook al is het nog niet perfect. Of door mensen samen te brengen die elkaar nog niet altijd kennen, maar wel van elkaar afhankelijk zijn, zoals in het geval van hittestress of de energietransitie bijvoorbeeld.

Maar als je te weinig tijd hebt, zoals in ons geval, dan verlies je elkaar en kan je ook niet gezamenlijk terugkoppelen of de groepsdynamiek gebruiken om tot echt hoogwaardige producten of oplossingen te komen. Het is dus geen werkwijze die je zo maar kunt inzetten. Je moet van tevoren echt goed bedenken wat je wilt bereiken en de sessie zo inrichten dat je samen met iets goeds over de finish komt.

Omdat je de materie samen moet doorgronden, ideeën bedenken, je ook moet ontwerpen én na moet denken over je boodschap, vraagt het best wat van mensen.’

2. DE DEELNEMERS

Wat vonden de deelnemers en verschillende stakeholders/belanghebbenden/professioneel betrokkenen -inderdaad- van de ontwerpsessie ‘Hoe houden we Arnhem koel?’?

Per groep vroegen we een deelnemer vanuit hun specifieke invalshoek/perspectief te reflecteren op de middag en antwoord te geven op de vraag of de Gemeente Arnhem dit soort sessies vaker zou moeten inzetten voor complexe maatschappelijke problemen?

‘We moeten allemaal anders gaan denken’

Suzanne Nagtegaal https://www.linkedin.com/in/suzannenagtegaal, architect bij buroBois en docent/onderzoeker aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, deed mee aan de groep ‘Hittebestendige woningen en gebouwen’:

‘Het onderwerp spreekt me vanuit mijn eigen ontwerppraktijk aan. Sinds 2010 zoek ik -met alle klimaatveranderingen- naar duurzame oplossingen voor gebouwen, en ontwerpen in relatie tot de natuur hoort daarbij.

Ik heb me zeer vermaakt en het out-the-box denken over een onderwerp beviel goed. Vooral ook het maken, zonder meteen naar de mitsen en maren te grijpen. We moeten sowieso meer knutselen om op een andere geïnspireerd te raken; we zitten nu vaak hele dagen achter onze laptop alleen maar te schrijven.

Het viel me wel op dat het sommigen moeite kostte om mee te doen. Knutselen kan iedereen, maar je moet mensen soms ‘n beetje op gang helpen en bij weer anderen is het kind wel heel diep weggezakt.

Inhoudelijk werd ik vooral geprikkeld door de gesprekken die ik had met mensen van woningcorporaties. Ik hoop dat de gemeente nog veel meer inzet op het beperken en voorkomen van hittestress, en een cursus of reeks ontwerpsessies voor alle direct betrokkenen/stakeholders organiseert.

We moeten allemaal anders gaan denken, dat is hard en snel nodig.’

‘De volgende logische stap is concreet beleid maken’

Willem Hofstede, projectleider van Groen Arnhem (een netwerk van bewoners, organisaties en kennisinstellingen), nam deel aan de groep ‘Hittebestendige buitenruimte, openbaar en privaat’:

‘Wij zijn als Groen Arnhem (voorheen Arnhem Klimaatbestendig) al jaren bezig zijn met het helpen van bewoners tegen de gevolgen van klimaatverandering. Hitteadaptatie is daar een onderdeel van. Ik zat vooral bij de ontwerpsessie met de vraag: hoe krijgen we als stad de schouders eronder en kunnen we één duidelijke boodschap richting de bewoner communiceren? 80% van de stad is privébezit, daar moet het verschil gemaakt worden.

Ik zit al lang dicht op de materie. Het was leuk om een keer in een andere context – en met Lego! – met mensen van de gemeente te sparren. De meerwaarde van de middag zat hem vooral in het feit dat iedereen in de stad die zich bezighoudt met het thema aanwezig was. Uiteindelijk gaan de grote beslissingen toch om politieke wil en lef, dan is laten zien waar ‘ontwerpkracht’ toe kan leiden een interessant middel/inspirerend. Ik geloof namelijk niet dat het grote verschil ‘vanzelf’ vanuit de ambtelijke hoek gaat komen; we moeten elkaar aansporen het verschil te willen maken.

Er waren ook ideeën genoeg: iedereen komt met extreem groene straten, veel bomen, groene daken, groene overhangen, schaduwdoeken et cetera. De volgende logische stap is concreet beleid maken: hoe gaan we het voor bewoners/ondernemers makkelijk maken om mee te doen in de hittebestrijding. Komt er een subsidie en werkt die voor de gemiddelde bewoner? Faciliteren we een ingreep die bewoners allemaal kunnen toepassen en betaalbaar is? Is er gratis advies voor bewoners en ondernemers, en gratis installatie van zo’n ingreep en daarmee ontzorging!

Daarom is het altijd goed om ook de beslissers bij een sessie als deze aanwezig te hebben. Die ergens “ja” tegen durven te zeggen, of op z’n minst een intentie publiekelijk uitspreken.

Dus als er ook duidelijke taken uit voortvloeien, waar mensen toezeggingen op doen en zich daar daadwerkelijk voor inspannen: Ja! Dan heel graag meer van dit, van deze ontwerpende aanpak.

Als het bij inspireren en dromen blijft, dan vind ik het verspilde tijd en moeite. We zijn de tijd van bewustwording namelijk wel voorbij. Zie voorbeelden van acties die wij al doen: www.bomenvoorarnhem.nl (een grote boom voor 5 euro), www.regentonnenvoorarnhem.nl (een regenton voor 100 euro thuisbezorgd en aangesloten, de subsidieaanvraag doen wij) en www.tegelophaalservice.nl (gratis tegels ophalen wanneer bewoners gaan vergroenen in de tuin).

Laten we alle nieuwe ontwerpideeën vooral omzetten in producten en diensten die echt wat toevoegen voor de bewoners in de strijd tegen de hitte!’

‘De taal die we gebruiken, heeft invloed’

Sophie Rijsman, Adviseur Gezonde Leefomgeving GGD Gelderland-Midden, deed mee aan de groep ‘Koelte voor publieke toegankelijke binnenruimten’:

‘Ik adviseer gemeenten in mijn regio op het thema hitte en UV-bescherming en welke invloed dat heeft op de gezondheid van onze inwoners. Verder doe ik onderzoek naar koelteplekken en was ik vooral benieuwd welke vraag de gemeente Arnhem heeft op dat gebied. De ontwerpsessie was een prettige, constructieve manier om met verschillende andere betrokkenen in contact te komen, zoals ondernemers.

Een aantal interessante inzichten:

1. Het eerste [inzicht] kreeg ik van een vrijwilliger van een woningbouwcoöperatie, [namelijk] dat koelteplekken kunnen leiden tot schaamte/stigmatisering. Niet elke inwoner zal zomaar naar een publieke koelteplek komen: wat is ervoor nodig om een koelteplek voor inwoners een veilig, vertrouwde, fijne plek te maken?

2. Dat er misschien niet alleen behoefte is aan koelteplekken, maar ook aan ‘warmteplekken’ in de winter: als inwoners het thuis bijvoorbeeld te koud hebben, dat ze ook naar toegankelijke plekken kunnen om op te warmen.

3. En dat de taal die we gebruiken invloed heeft. Dus dat we ons minder moeten richten op het negatieve, hitte/hittestress, en meer op koelte en comfort. Hoe zorgen we ervoor dat onze inwoners comfortabel zijn bij extreem weer?

Ik neem deze inzichten mee in ons onderzoek naar koelteplekken. Een ontwerpende aanpak kan helpen om anders naar problemen te kijken, met een creatievere blik. Zo hebben De Vormforensen en Creatief Arnhem door het ontwerpen van ansichtkaarten (tijdens de Heat Action Day, een eerdere interventie in juni van dit jaar, red.) ook ervaringen van inwoners opgehaald. Die manier van onderzoeken, zoals ook het Smeltloket, vind ik inspirerend.’

‘We kijken allemaal met een andere bril naar de werkelijkheid’

Marije Ruysch-Koster, Directeur Energiebank regio Arnhem, nam deel aan de groep ‘Gezond blijven bij hitte’:

‘Als Energiebank komen wij al 10 jaar bij duizenden kwetsbare Arnhemse huishoudens achter de voordeur. De focus ligt vanuit de overheid op energie besparen en het verwarmen van je huis. Maar door klimaatverandering zien we natuurlijk allemaal dat er juist door hitte steeds meer problemen ontstaan.

Een versteende omgeving, gecombineerd met een ‘slecht’ geïsoleerd huis (meestal een sociale huurwoning) en weinig financiële mogelijkheden leveren niet alleen problemen op in wooncomfort, maar ook prominent in gezondheid en sociaal welzijn; we zien veel eenzaamheid bijvoorbeeld, mensen die niemand meer uitnodigen thuis of geen netwerk hebben om op terug te vallen. Dit zien en horen wij elke dag. Het is essentieel dat hier meer aandacht voor komt.

De ontwerpmiddag gaf mij de kans om met een aantal van onze samenwerkingspartners, waaronder de Gemeente Arnhem, Woningcorporatie Portaal en Sportbedrijf Arnhem, in een andere setting het gesprek aan te gaan. Het verhaal van solar designer Pauline van Dongen over haar Umbra Paviljoen vond ik daarnaast heel inspirerend en interessant en gaf mij letterlijk stof tot nadenken – dat er zoveel meer mogelijk is dan dat ik besef,

doeken die tegelijk voor verkoeling zorgen en zonne-energie opslaan, waanzinnig toch? Ook is het fijn om af en toe uit het hoofd en juist met of vanuit het lichaam aan de slag te gaan.

Wat mij opviel is dat we allemaal met een andere bril naar de werkelijkheid kijken. Waar wij vooral nadenken over wat er achter de voordeur gebeurt, heeft bijvoorbeeld een sportclub hele andere uitdagingen met hitte. Het is belangrijk om deze werelden met elkaar te verbinden en ideeën uit te wisselen; we hebben allemaal een stukje van de puzzel in handen.

Er is daarom ook regie nodig om besproken ideeën verder te brengen. Je merkt dat het brainstormen zonder restricties over financiering en ‘of iets past in de organisatie’ direct ideeën oplevert die we echt wel uit kunnen voeren met elkaar, maar wie pakt het dan op? Tot slot hoop ik dat het alle aanwezigen vooral heeft geïnspireerd om zelf verder aan de slag te gaan en het thema meer mee te nemen in het dagelijks werk/leven.

Ik ben inmiddels bij meerdere van dit soort sessies (en daarmee bedoel ik buiten de gebaande paden van denken, praten en post-its plakken) aanwezig geweest en elke keer brengt het mij nieuwe inzichten! In dit geval: ik heb voor het eerst iets gebouwd en dat was niet alleen heel leuk, het bevordert echt de creativiteit!’

3. DE DUIDING

Kom met specifieke opgaven

Tot slot was het woord aan de deskundige als het aankomt op hitte, ontwerp en innovatie, Pauline van Dongen, die de hele middag rond- en meeliep – om haar samenvatting en duiding te delen.

Een aantal van haar take-aways:

  • Feit: middelen voor het warm houden en verduurzamen van huizen zijn aanwezig, middelen tegen warmte (zoals airco’s) überhaupt veel minder;
  • Er is extra urgentie op sociaal-economisch vlak vanwege kloof tussen de have’s and have not’s;
  • Er wordt nog weinig gekeken naar oplossingen die aansluiten bij bestaande routines van mensen. Het gemeentehuis beschikbaar stellen als koelteplek klinkt plausibel, maar weinig mensen verblijven graag in een gemeentehuis. Daar staat tegenover dat er nog weinig publieke plekken zijn, zoals een bibliotheek, waar het niet draait om consumptie/verkoop, zoals een mall;
  • Kom met specifieke opgaven. Dat levert veel meer toepasbare inzichten op (en laat spanningen/fricties en afwegingen zien) dan wanneer er in algemene termen wordt gesproken over hittestress en klimaatadaptatie, zoals ‘bescherm jezelf’;
  • Zoek maximaal de verbinding op. Er was goede energie tijdens de sessies, aan ideeën geen gebrek en een veelgehoorde opmerking was ‘er kan al zoveel’; breng die hersenen en handjes duurzaam bij elkaar, betrek nog meer stemmen, (ontwerp)studenten, een gedragspsycholoog, een techniekfilosoof, outsider blikken, andere culturen et cetera;
  • Speel met taal en formuleer een positief (!) narratief: verleg de nadruk van hittestress (gevaar 🥵 😱 🫠) naar het scheppen van koelte (verlichting 😅) en vertel dat verhaal consistent over and over keer op keer.

Pilot project voor zomer 2027

Over de sessie in het algemeen zegt Van Dongen: ‘Het omgaan met hittestress – of het scheppen van koelte ;) – doet zich op allerlei gebieden voor en vereist daarom een holistische kijk en aanpak. Daar is zo’n gezamenlijke ontwerpsessie bij uitstek geschikt voor; dat merkte je ook aan de aanwezige energie.

Het risico blijft altijd dat mensen na zo’n middag weer vervallen in de waan van de dag en dat daarmee de inspiratie wegsijpelt. Belangrijk is daarom niet alleen een goede sessie, maar ook een duidelijke follow-up zodat de verwachtingen helder zijn.

Een logische volgende stap zou zijn om een proces te ontwerpen op basis van specifieke resultaten die de gemeente wil bereiken. Op basis van de sessie en eerdere inzichten kun je volgens mij heel goed een x aantal uitdagingen formuleren waar je met verschillende teams van ontwerpers + organisaties + burgers mee aan de slag kunt om tot een pilot project te komen voor de zomer van 2027.’

Content voor je campagne

Van Dongen vervolgt: ‘Het traject zelf genereert bovendien direct content voor je campagne. Dat is ook een kwestie van doelstellingen formuleren, budgetten beschikbaar stellen en mensen selecteren (of liever: een uitvraag doen, onder andere in het netwerk van Creatief Arnhem en daarbuiten).

Het slagen of falen ervan valt of staat hoe dan ook met het bieden van een handelingsperspectief en de mogelijkheid om ergens verantwoordelijkheid voor te kunnen nemen. Een aansprekend, concreet voorbeeld is wat dat betreft ShadeLA, A people-powered movement to make LA cooler—one shaded space at a time: https://shade-la.com.

Arnhem is bovendien een ontwerpstad, hallo! Betrek ook vooral studenten (van ArtEZ bouwkunde, productdesign en mode, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, en Hogeschool Van Hall Larenstein) en laat ze interdisciplinair aan een ontwerpopdracht werken. Maak daar gebruik van.

En zorg voor een duidelijke afzender; iemand die het grotere netwerk goed op de hoogte houdt van de stappen en (tussen)resultaten, zodat er voldoende momentum en betrokkenheid is en blijft.

Ja, de ontwerpende aanpak zou structureel moeten worden ingezet bij dit soort complexe vraagstukken. Ontwerpers scherpen de vraag aan, kijken holistisch en betrekken er zoveel mogelijk perspectieven actief bij. Juist in de fase van onderzoek, bij het genereren van ideeën, het maken van prototypes, het ontwikkelen van participatieve (maak)processen kan de ontwerpende aanpak veel waardevolle inzichten opleveren.

Het legt spanningen bloot (je verbetert het een, maar compromitteert het ander), brengt behoeften en belangen in kaart, en komt op tastbare, uitnodigende en verhalende wijze tot nieuwe oplossingen.

Het vereist een open houding, maar zie het als een road map naar nieuwe bestemmingen. Dus gemeente Arnhem, ga er vooral mee door en betrek bewoners en ondernemers er meer bij; zij zijn de stad!

Meer updates